psalmviering van de week

Elke week verschijnt op deze pagina een ‘psalmviering van de week’,
waarbij thuis mee gebeden kan worden.

Psalmviering 138

Zang

Jouw naam – o wees aanwezig –
komt aan het licht in mij.
Gunnend ben Jij, hecht,
ja, Jij bemoedigt mij.

Jouw naam – o wees aanwezig –
roep ik, Jij roept mij
tevoorschijn, niet kan ik
voor Jou verborgen blijven.

Jouw naam – o wees aanwezig –
bederft de smaak van mijn
zelfingenomen schijn,
heel mijn hart erkent Jou.

Jouw naam – o wees aanwezig –
legt mijn afgrond bloot,
de diepte van mijn ziel
verzucht jouw naam in mij.

Beurtlezing – Jesaja 42,1-9

Hier mijn knecht die ik steun,
mijn verkorene die mijn ziel gelieft.
Ik vervul hem met mijn tocht,
hij laat uittrekken de schikking voor de naties.

Hij schreeuwt niet,
verheft zijn stem niet,
laat zich niet horen op straat.
Het geknakte riet breekt hij niet,
de kwijnende vlaspit dooft hij niet.

In hechtheid laat hij de schikking uittrekken,
hij zal niet kwijnen, niet geknakt worden,
tot hij in het land de schikking vestigt,
de eilanden wachten zijn wijzing.

Zo zegt de Machtige, Wezer,
die de hemel schiep en uitspande,
die het land plette met alles wat er ontkiemt,
die het volk dat er woont adem geeft
en de tocht aan wie daarop gaan:

‘Ik, Wezer, roep jou in bewaring
en neem je bij de hand.
Ik behoed je en geef je
als een verplichting voor het volk,
als een licht voor de naties,
om blinden de ogen te openen,
om gevangenen uit de kerker te laten trekken,
uit de gevangenis wie in duisternis zitten.

Ik ben Wezer,
dit is mijn naam,
mijn wichtigheid deel Ik niet met een ander,
mijn viering met beelden.

Het vroegere, hier, het is gekomen
en het nieuwe duid Ik aan,
voordat het ontkiemt,
laat ik het jullie horen.’

Stilte

Jou dank,
Wezer,
met al wat ik ben.

Psalm

Stilte

Krachtig,
Wezer,
jouw handen.

Wenk

Uit ‘Spreuken van de woestijnvaders’

Aan een oude monnik werd gevraagd:
‘Hoe verwerft de ziel nederigheid?’
Hij antwoordde:
‘Wanneer zij alleen bezorgd is
over de kwaadaardigheden van haarzelf.’
Een andere monnik zei:
‘Evenmin als de aardbodem ooit omlaag valt,
valt een nederig mens omlaag.’

Uit ‘Visioenen’ van Julian van Norwich

De Heer kijkt uit naar ons gebed.
Met behulp van zijn genade
bewerkt het immers
dat we ook in ons gedrag
op Hem gaan gelijken
zoals we dit naar onze natuur
reeds doen.
Dat is zijn heilige wil.
Hij zegt:
‘Beoefen het gebed,
ook al heb je de indruk
niets te smaken.
Het draagt vrucht,
zelfs als je het niet gewaarwordt.
Bid,
ook al voel je niets
en al zie je niets,
ja, ook al denk je
het helemaal niet te kunnen.
Jouw bidden
dat jij smakeloos vindt
geeft Mij een immens genoegen.’

Uit ‘Innerlijke burcht’ van Teresa van Avila

Het moge zijne Majesteit behagen
ons dit gebed van rust te schenken.
Uit onszelf
kunnen wij het niet verwerven.
De ziel is als iemand
die veel gedronken heeft
zonder dronken te zijn.
Ze is niet gek,
maar zo volkomen in beslag genomen,
dat ze er aan vastzit.
Dit is een grove vergelijking
voor zo’n edel iets.
Maar ik bezit niet de gave
het beter uit te drukken.
Het is nu eenmaal zo.
In haar vreugde
vergeet de ziel zichzelf
en alle dingen zozeer,
dat ze alleen nog oog heeft
voor de lofprijzing van God.

Uit ‘Het leven’ van Maria Petyt

In de verootmoediging van mijzelf,
in dat afgrondelijke neerzinken
en afdalen
voelde ik mij
als niet te verzadigen.
Hoe dieper ik afdaalde
in mijn niet
en hoe meer ik mijn woning optrok
in die leegte,
hoe meer ik een hunkering voelde
om dieper en dieper te zinken.
Och, wat een grote genade was het
die de Beminde mij gaf.
Ik beschouwde ze
als veel intenser,
voordeliger voor mij
en waardevoller
dan alle verlichtingen
en goddelijke inwerkingen
die ik ooit van God verkregen had.
Deze genade plaatste mij
op de ware weg naar God.

Uit de geschriften van Søren Kierkegaard

Als uw verlangen ons grijpt,
geef dat wij zelf dan ook
dit verlangen mogen grijpen.
Als U ons naar U toe wil trekken,
dat wij ons dan ook
mogen overgeven.
Als U ons nabij bent in uw roepstem,
dat wij dan
aan uw roepen gehoor schenken.
Geef,
dat wij het juiste ogenblik benutten
als U ons in het verlangen
het hoogste aanbiedt.

Uit ‘Praktische mystiek’ van Evelyn Underhill

Zoals de uiteindelijke werkelijkheid
woont in alles wat bestaat,
terwijl zij dit tegelijk
oneindig te boven gaat,
zo beseffen wij enerzijds
te wonen in de wereld van de tijd
terwijl wij deze anderzijds
overstijgen.
Zoals bijvoorbeeld
de ziel van de musicus
niet alleen de afzonderlijke noten
van de gespeelde melodie
beheerst en overziet,
doch ook het geheel van de symfonie
waarvan wij wezenlijk deel uitmaken.
Deze onkwetsbare vonk
van zuiver leven
is een voorsmaak
van het ongeschapen Licht.
Dit is de onuitsprekelijke luister van God
die troont
in het hart van alle dingen.

Uit de geschriften van Dietrich Bonhoeffer

Ik bid tot God
om de weldaad van het leven.
Alleen het leven
dat Hij geeft
is weldaad.
Leven is de tijd van genade.
Het leven is goddelijke weldaad,
omdat mij tijd gegeven is
voor de genade van God.
God is niet buiten het leven.
Hij vernedert het leven niet
tot een middel
om een doel te bereiken,
Hij behoedt het leven.
Daarom vraag ik God
om de weldaad van het leven.
Dat leven ligt in zijn hand
zoals het leven van de knecht
ligt in de hand van zijn heer.

Gebed

In onze donkere dagen
zoeken wij naar Jou,
o God van erbarmen.
Ontferm je over ons
en verberg ons in jouw naam:
Ik zal zijn voor altijd.

Zang

Al     Hoog verheven Jij,
0       in het lage zie Jij kracht,
0       in het steile voel Jij zwakte.

K1    Niets gaat Jou te boven,
0       niemand weet hoe hoog
K2    jouw hoogheid waarlijk is,
0       op jouw hoogte staat geen maat.
Al     Hoog verheven Jij.

K1    Jij kent de binnenste engte
0       van mijn angst, verwijdt
K2    de nauwte van mijn ziel,
0       weerbaar door jouw ademtocht.
Al     In het lage zie Jij kracht.

K1    Jij voelt hoe nietig ik
0       ben, steilte die zichzelf overschreeuwt,
K2    de weerklank van mijn
0       leegte, lucht op lucht gebouwd.
Al     In steilte voel Jij zwakte.

Al     Hoog verheven Jij,
0       in het lage zie Jij kracht,
0       in het steile voel Jij zwakte.

Van deze psalm is nog geen inleiding beschikbaar.

Colofon
Deze uitgave kwam tot stand met medewerking van
Titus Brandsma Memorial, Nijmegen

© Teksten: Kees Waaijman
© Psalmgebed: Laetitia Aarnink
© Zangzetting: Jan Egberink
© Psalmzetting: Ad de Keyzer

Niets van deze Psalmviering mag worden verveelvoudigd
en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch,
door geluidsopname of op enige andere wijze,
zonder voorafgaande toestemming van
Titus Brandsma Memorial Nijmegen.