psalmviering van de week

Elke week verschijnt op deze pagina een ‘psalmviering van de week’,
waarbij thuis mee gebeden kan worden.

Psalmviering 144

Zang

Al     Gezegend Jij,
0       machtig aanwezig.

Al     Jij
K1    bent de rots van mijn behoud.
Al     Jij
K2    vormt mijn weerbaarheid.
Al     Jij
K1    gunt mij ademruimte, leven.
Al     Jij
K2    Jij bent mijn burcht, mijn veiligheid.

Al     Gezegend Jij,
0       machtig aanwezig.

Al     Jij
K1    tilt mij op, draagt mij op vleugels.
Al     Jij
K2    redt mij, leidt mij in de wijdte.
Al     Jij
K1    bent het schild dat mij omringt.
Al     Jij
K2    laat mij schuilen, Jij mijn toevlucht.

Al     Gezegend Jij,
0       machtig aanwezig.

Beurtlezing – Jesaja 30,18-26

Daarom blijft Wezer ernaar verlangen
jullie genadig te zijn.
Daarom zal Hij zich steeds weer verhogen
om zich te vertederen over jullie.

Ja, Wezer is een Machtige
die schikt naar recht.
Welvaart allen
die verlangen naar Hem.

Ja, volk op de Sion,
wonend in Jeruzalem,
jij zult niet wenen,
blijven wenen.
Hij zal genadig zijn,
genadig bij jouw schreiende stem.
Hij hoort
en buigt zich naar jou.

Al geeft mijn Meester jullie
benauwing als brood
en verdrukking als water,
Hij die jou wijst
houdt zich niet afzijdig.

Jouw ogen zullen ziende wezen:
Hij die jou wijst.
Je oren zullen horen spreken
achter jou dit woord.

Welke kant je ook op zult gaan,
rechtsaf of linksaf,
dit is de weg,
je moet hem gaan.

Stilte

Jij bent mij,
Wezer,
een zegen.

Psalm

Stilte

Jij bent,
Wezer,
onze Machtige.

Wenk

Uit de geschriften van Evagrius van Pontus

Mijn zoon,
luister naar mij.
Ga de deur van doemenden niet binnen.
Wandel niet in de buurt van hun valstrikken,
anders word je gevangen.
Houd je ziel af
van leugenachtige kennis,
want ikzelf heb dikwijls met hen gepraat
en hun duistere woorden doorvorst,
en ik heb er adderengif in gevonden.
Wie zijn naaste misleidt
zal in ellende vallen.
Beter is de lusthof van God
dan een groentetuin,
en de stroom van de Heer
dan een grote stroom
die de aarde verduistert.
Hemels water is betrouwbaarder
dan het water
dat de wijzen uit de aarde putten.

Uit ‘Spreuken’ van Diadochus van Fotikè

Wie in zijn hart gewaarwordt
dat hij God bemint
wordt door Hem gekend.
Want in de mate
dat de ziel waarneemt
dat zij de liefde van God
in zich ontvangt,
groeit zij in de liefde tot God.
Derhalve smacht zo iemand vurig
naar de verlichting van de kennis,
tot hij bemerkt
dat zelfs zijn gebeente het gewaarwordt.
Hij kent zichzelf niet meer,
maar is door de liefde tot God
geheel omgevormd.

Uit de preken van Meester Eckhart

Ik heb al vaker gezegd
dat er in de ziel een kracht is
die tijd noch vlees beroert.
Hij stroomt uit de geest
en blijft in de geest
en is geheel en al geestelijk.
In deze kracht
is God groenend en bloeiend
van totale vreugde en eer,
evenzeer als in zichzelf.
Daar is zo’n hartelijke vreugde
en zo’n onbegrijpelijk grote vreugde
dat niemand daarvan uitputtend kan gewagen.
God is in deze kracht
als in het eeuwige nu.

Uit de geschriften van Jan van Ruusbroec

De Geest van God
ademt ons uit
om te beminnen
en om deugden te wekken.
Hij trekt ons weer in Zich
om te rusten en te genieten.
Dit is eeuwig leven.
Juist zoals wij de lucht die in ons is
uitademen
en nieuwe lucht inademen,
want daarin bestaat ons sterfelijk leven.
Al wordt onze geest ontgeest
en al ontvalt hem zijn werking
in genietende zaligheid,
toch wordt hij daarna vernieuwd
in genade en liefde en deugdzaamheid.
Ingaan in zuiver genieten
en uitgaan in goede werken,
steeds één met de Geest van God verenigd,
dat bedoel ik.

Uit ‘Alleenspraak van de ziel’ van Thomas van Kempen

Laat alle schepselen U vieren.
Op uw bevel
regent het uit de hemel
en brengt de aarde vruchten voort.
De zon en de maan schijnen op de aarde,
de sterren doen in de nacht de ronde.
Bronnen klateren,
beken stromen,
vissen zwemmen in het water.
De vogels in de hemel
vliegen en zingen,
de geiten, hinden en herten
springen over de bergen.
Schapen en lastdieren
dartelen door de malse weide.
Het gras is groen,
het veld in bloei.
Dat alles is uw werk, Heer God,
U doet grote wonderen,
U alleen.

Uit ‘Bestijging van de berg Karmel’ van Jan van het Kruis

Hoe meer ik het wilde hebben,
met des te minder trof ik mij aan.
Hoe meer ik het wilde zoeken,
met des te minder trof ik mij aan.
Wanneer ik het niet meer wilde,
heb ik het al zonder het te willen.
Wanneer ik het minder wilde,
heb ik het al zonder het te willen.

Uit ‘Mijn leven’ van Theresia van Lisieux

Ik vond het voor de communiteit zo droevig
de last te moeten dragen
van een jonge zieke zuster.
Maar nu zou ik
voor de rest van mijn leven
ziek willen zijn
als dat de goede God behaagt.
Ik stem er zelfs mee in
nog een lang leven voor mij te hebben.
De enige genade waarom ik vraag
is dat mijn leven
door de liefde gebroken mag worden.
Ik zeg geen nee tegen de strijd,
want ‘de Heer is de rots
waarop ik verheven ben.
Hij maakt mijn handen
op voor de strijd.’

Gebed

Ademruimte geef Jij ons,
o rots van ons behoud,
toevlucht van veiligheid.
Neem angst en benauwdheid
van ons weg
en voer ons binnen
in de wijdte van jouw gunnende liefde.

Zang

Al     Welvaart het volk dat Jij leidt,
0       machtig aanwezig.

K1    Jij schept vrijheid,
K2    leven ontkiemt,
Al     machtig aanwezig.

K1    Jij sticht vrede,
K2    het land draagt vrucht,
Al     machtig aanwezig.

K1    Jij behoedt ons
K2    voor het zwaard,
Al     machtig aanwezig.

K1    Jij redt ons
K2    uit de greep van het kwaad,
Al     machtig aanwezig.

Al     Welvaart het volk dat Jij leidt,
0       machtig aanwezig.

Van deze psalm is nog geen inleiding beschikbaar.

Colofon

Deze uitgave kwam tot stand met medewerking van
Titus Brandsma Memorial, Nijmegen

© Teksten: Kees Waaijman
© Psalmzetting: Ad de Keyzer
© Psalmgebed: Laetitia Aarnink
© Zangzetting: Rokus de Groot

Niets van deze Psalmviering mag worden verveelvoudigd
en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch,
door geluidsopname of op enige andere wijze,
zonder voorafgaande toestemming van
Titus Brandsma Memorial, Nijmegen