
Elke week verschijnt op deze pagina een ‘psalmviering van de week’,
waarbij thuis mee gebeden kan worden.
Psalmviering 44
Zang
Vz Als een wijnstok heb Jij ons geplant,
0 wij groeiden op voor Jou.
Al Waarom breek Jij ons nu levend af?
Vz Jij was de ruimte zelf waarin
0 wij jouw bevrijding vierden.
Al Waarom stoot Jij ons nu buiten Jou?
Vz Jij die jouw Naam hebt
0 uitgeroepen over ons,
Al hoor ons bidden, wees aanwezig.
Vz Jij die onze Heer
0 en onze Meester bent,
Al verberg je gelaat toch niet.
Beurtlezing – Klaagliederen 2,1-9
Ach, hoe dompelt Wezer de dochter Sion
in de donkere wolk van zijn toorn.
Vanuit de hemel wierp Hij op de grond
de luister van Israël.
Niet was Hij indachtig zijn voetenbank
op de dag van zijn toorn.
Meedogenloos heeft Wezer vernietigd
alle velden van Jakob.
In zijn woede heeft Hij gesloopt
alle vestingen van de dochter Juda.
Hij heeft te gronde gericht en ontwijd
het koninkrijk met zijn vorsten.
In zijn brandende woede brak Hij
alle hoornen van Israël.
Zijn rechterhand heeft Hij teruggetrokken,
toen de vijand naderde.
Hij ontgloeide als een vlammend vuur
dat alles rondom zich verteert.
Hij spande zijn boog als een vijand,
zijn rechterhand geheven als een benauwer.
Hij heeft verdelgd
al wat het oog bekoort.
Over de tent van de dochter Sion
goot Hij zijn hitte uit als vuur.
Mijn Meester zou als een vijand wezen,
zou Israël verslinden.
Al haar paleizen heeft Hij verslonden,
al haar vestingen vernield.
Hij dompelde de dochter Juda
in klachten en klagen.
Zijn hut brak Hij af als een tuin,
Hij vernielde zijn gemeenschap.
Wezer heeft in Sion doen vergeten
feestgetij en sabbat.
Hij smaadde in zijn toorn
koning en priester.
Mijn meester heeft zijn slachtstee gebruid,
zijn heiligdom heeft Hij ontwijd.
Hij leverde uit in de hand van de vijand
de muren van haar paleizen.
Zij tierden in het huis van Wezer
als bij een feestgetij.
Wezer had besloten te vernielen
de muur van de dochter Sion.
Hij spande het meetsnoer uit,
weerhield zijn hand niet van vernietiging.
De muren dompelde Hij in rouw,
de wallen kwijnden weg.
Haar poorten zonken in de grond,
Hij vernielde haar grendels, brak ze.
Haar koning en haar vorsten leven onder de naties,
er is geen wijzing meer,
de profeten schouwen niet meer
een visioen vanuit Wezer.
Stilte
Open onze oren,
Machtige,
dat wij horen.
Psalm




Stilte
Om jouw gunnende liefde,
mijn Meester,
koop mij vrij.
Wenk
Uit ‘Alleenspraak van de ziel’ van Thomas van Kempen
Waarom verbergt Gij uw gelaat
en behandelt Gij mij als vijand?
Gij weet toch
dat mijn geest
zo lang heen en weer geslingerd wordt
en mijn genegenheid
zo lang naar allerlei kanten
op en neer getrokken wordt,
totdat hij met U
die hem zo dierbaar bent
verbonden wordt?
De hevigheid van mijn liefde
weet van geen rust,
maar vraagt onophoudelijk
naar mijn Geliefde.
Mijn geest stuurt boodschappen,
verdubbelt zijn gebeden.
Trek mij mee,
opdat ik achter U aan kan snellen.
Uit de geschriften van Franciscus Amelry
Gewond is mijn ziel
die open ligt voor God,
de wonde opent mijn hart.
Mijn zuster,
mijn vriendin,
zegt de Bruidegom,
open je hart voor Mij,
heb geen gesloten hart voor Mij.
Een gewond hart,
dat is een open hart.
Een gewond hart
is een hart dat zich tot liefde bewogen voelt.
Iemand die een wonde
of een kwetsuur onder de kleren draagt
kan nergens rustig zitten;
hij zet en verzet zich,
maar waar hij ook zit,
hij zit niet goed naar zijn zin.
Zo gaat het ook
met de van liefde doorwonde ziel.
Uit ‘Mystieke theologie’ van Dominique de Saint Albert
Als het bezit van iets
waarvan men veel houdt
droefheid veroorzaakt
wanneer het je ontnomen wordt,
hoeveel temeer zal God
dit in de ziel veroorzaken
als Hij
die met oneindige rijkdommen
tot de ziel is gekomen
zich verwijdert
en haar naakt achterlaat,
vol verdriet
en in een toestand
alsof zij God nooit had gekend.
Hierdoor weet de goddelijke Heer
zijn bruid te zuiveren
om haar tot een spiegel te slijpen
die ontvankelijk is
voor zijn goddelijke stralen.
Het leven van mystieken
is tot aan de dood vol lijden.
Uit ‘Het leven’ van Maria Petyt
De Beminde heeft het goed geacht
mij te leiden
langs een zeer harde en pijnlijke weg
en mij te stellen
in een zeer ongelukkige
en armzalige staat van de ziel.
Op deze wijze
zou ik metterdaad voelen
en ondervinden
mijn machteloosheid
en onvermogen
tot het goede,
mijn nietigheid,
broosheid,
verworpenheid en ellende
om me zo grondig te doen zinken
en te gronden in een diepe ootmoed en kennis
van mijn eigen zelf.
Hij gebruikte daartoe
zoveel verschillende middelen
dat ik er niet aan kon ontkomen
om daardoor grondig
verniet en verpletterd te worden.
Uit de geschriften van Maur de l’Enfant Jésus
Deze hoge en goddelijke vereniging
is meer van God
dan van de ziel.
Zij moet het onderspit delven
voor de goddelijke werking
die wint
en haar inspanningen
op sleeptouw neemt
zonder te weten waarheen en hoe.
Zij voelt zich vol van een oneindig goed
dat zij begrijpt noch kent.
Haar vermogen om na te denken
over wat dan ook
of zelfs het te willen doen
is buiten werking gesteld.
Zij voelt zich in een goddelijke duisternis.
De ziel voelt niets anders
dan onmetelijkheid en oneindigheid
waarheen zij zich ook keert.
Uit de geschriften van Søren Kierkegaard
Alles valt mij zeer zwaar
in deze omstandigheden
waarin ik zo graag zou willen handelen,
terwijl mij als enige werkzaamheid gegeven is
wat men altijd aan vrouwen en kinderen overlaat:
bidden.
Uit ‘Mijn Leven’ van Theresia van Lisieux
Ik stel me voor
dat ik in een land geboren ben
waar dikke mist hangt.
Nog nooit heb ik
de stralende aanblik gezien van de natuur,
ondergedompeld
in het betoverende licht van de zon.
Plotseling
wordt de mist die mij omringt dikker.
Hij dringt mijn ziel binnen
en omhult haar zo sterk
dat het me niet meer lukt
dat mooie beeld van mijn vaderland
terug te halen.
Alles is verdwenen.
Wanneer mijn hart even uit wil rusten
en aan dat lichtende land wil denken,
neemt mijn kwelling
alleen maar toe.
Gebed
Uit de diepten van de dood
roepen wij naar Jou,
levende God.
Wees aanwezig in ons midden.
Voer ons uit het duister
naar het licht van jouw gelaat.
Zang
Vz Om het volk dat lijdt en uitziet
0 naar het licht van jouw gelaat,
Al wek je kracht, ontwaak.
Vz Om de verdrukten, die vluchten
0 in de schutse van je naam,
Al ontwaak, richt je op.
Vz Zie de ballingen, van God en
0 mens verlaten, ontheemd,
Al richt je op, help.
Vz Hoor het kreunen van zovelen,
0 door het leed getekend,
Al help, kom bevrijden.
Op deze pagina kunt u kijken en luisteren naar een inleiding door Kees Waaijman, die kan helpen om de ruimte van deze psalm in te gaan.
Colofon
Deze uitgave kwam tot stand met medewerking van
Titus Brandsma Memorial, Nijmegen
© Teksten: Kees Waaijman
© Psalmzetting: Ad de Keyzer
© Psalmgebed: Laetitia Aarnink
© Zangzetting: Ad de Keyzer
Niets van deze Psalmviering mag worden verveelvoudigd
en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch,
door geluidsopname of op enige andere wijze,
zonder voorafgaande toestemming van
Titus Brandsma Memorial, Nijmegen


