psalmviering van de week

Elke week verschijnt op deze pagina een ‘psalmviering van de week’,
waarbij thuis mee gebeden kan worden.

Psalmviering 58

Zang

Enkel vragend roert de waarheid zich,
klagend voert zij haar verzet.
Draagt zij vrucht in deze tijd?
Waar vindt waarheid vaste grond?
Waar houdt het recht verblijf?
Hoe hechten mensen zich in trouw?
Hoe gaan wij met ontzag te werk?
Waar broedt het kwaad zichzelf uit?
Hoe vindt dit addergif zijn weg?
Enkel ziende met zijn ogen
zullen wij het kwaad tot in zijn
vruchteloze woekering doorzien.

Beurtlezing – Jesaja 5,8-24

Wee jullie, die huis aan huis voegen,
akker aan akker trekken,
tot er geen plaats meer is,
alleen jullie wonen nog in het midden van het land.

In mijn oren Wezer met de drommen:
‘Die vele huizen zeker verwoest,
hoe groot en goed ook, niemand zal er wonen.
Ja, een wijngaard van tien morgen geeft één bat,
een omer zaad maakt slechts één efa.’

Wee hun die vroeg in de morgen
sterke drank willen,
tot laat in de nacht zich verhitten met wijn,
zij feesten met citer en harp, met cimbel en fluit,
naar het werk van Wezer kijken ze niet,
de maak van zijn handen zien ze niet.

Daarom gaat mijn volk in ballingschap,
omdat ze niet voelen.
Wichtigen vergaan van honger,
de massa versmacht van de dorst.

Daarom opent de woestenij zijn ziel,
spert hij zijn muil grenzeloos open.
De pracht en de massa dalen erin,
het gonzende leven en alles wat juicht.
De aardeling wordt verlaagd, de mens vernederd,
steile ogen worden vernederd.

Steil is Wezer met de drommen in zijn schikken,
de Machtige, de Heilige, wordt geheiligd in zijn bewaring. Schapen grazen als op hun weiden,
vreemden zoeken tussen het puin naar eten.

Wee hun die verwringing naar zich toe trekken
met koorden van waan,
de misdaad met een wagentouw,
die zeggen:
‘Laat Hij zich haasten, snel zijn werk volvoeren,
zodat wij het zien.
Laat naderbij komen het beraad van Israëls Heilige,
opdat wij het voelen.’

Wee hun die het kwade goed noemen
en het goede kwaad,
die duister als licht voorstellen
en licht als duister,
die bitter voor zoet laten gelden
en zoet voor bitter.

Wee hun die kundig zijn in hun eigen ogen,
voor hun eigen gelaat opmerkzaam.

Wee hun die sterk zijn in wijndrinken,
mannen, krachtig in het mengen van drank,
die een doemende bewaren voor een penning,
de bewarende zijn bewaring ontnemen.

Daarom zal hun wortel vermolmen
en hun bloesem als stof verstuiven,
zoals een vuurtong stoppels verteert
en brandend stro verkwijnt.

Ja, zij verwerpen de wijzing van Wezer,
versmaden de zegging van Israëls Heilige.

Stilte

Is mijn stilte,
Machtige,
betrouwbaar?

Psalm

Stilte

Jij alleen,
Machtige,
bewaart ons.

Wenk

Uit de brieven van Antonius de woestijnvader

Ik wil u laten weten
dat ik niet ophoud
dag en nacht
God voor u te smeken
om u de ogen van het hart te openen,
opdat u scherper mag zien
hoeveel boosheid heimelijk beraamd wordt
tegen ieder van ons,
zolang wij in deze tijd leven.
Wij worden overstelpt met verdriet
heel de dag
en brengen ons hart
dagelijks tot vertwijfeling.
Wij worden tegen elkaar opgezet
en vervallen in woede-uitbarstingen
en lasterpraat van allerlei aard.
Wat wij zelf doen
wordt goed gepraat,
maar we gaan anderen veroordelen.

Uit de geschriften van Evagrius van Pontus

Een zeepbel die uit elkaar spat
is verdwenen,
de herinnering aan een hoogmoedige
vergaat.
Het woord van een nederige
is een pleister op de ziel,
dat van een trotsaard
is vol bluf.
Het gebed van een nederige
doet God buigen,
maar de bede van de hoogmoedige
verbittert Hem.
Een krans voor een huis
is de nederigheid,
zij bewaart veilig
wie er binnengaat.
Wanneer u de top van de deugden bereikt,
hebt u veel beveiliging nodig.
Want wie op de grond valt
staat snel op,
maar wie van een hoogte valt
verkeert in levensgevaar.

Uit ‘Spreuken’ van Diadochus van Fotikè

Wanneer de ziel haar hartstochten de baas wordt,
maakt haar liefde tot God
dat zij zelfs niet in haar droom verdraagt
dat de rechtvaardigheid verkracht wordt.
Integendeel,
zij toornt tegen de booswichten
en blijft opgewonden
totdat zij ziet
dat de overtreders van de rechtvaardigheid
genoegdoening aanbieden
door godwelgevallige gedachten.
Zij haat de onrechtvaardigen
en bemint bovenal de rechtvaardigen.
Want het oog van de ziel
kan niet meer misleid worden,
wanneer haar omhulsel,
ik bedoel het lichaam,
door de zelfbeheersing
een dun, doorzichtig weefsel is geworden.

Uit ‘De tempel van onze ziel’

De ziel die leeg is
en geen enkel schepsel meer bevat
is met God één geworden
en in God geborgen,
zij is in waarheid rein.
‘Want wie God aanhangt
met heel zijn wezen
wordt een zuivere geest
met Hem.’
Door Hem
werden al haar vlekken verwijderd
en door zijn nabijheid
en haar vereniging met Hem
wordt zij weer zuiver.
Met de reinen
wordt zij rein,
met de heiligen
wordt zij heilig
en met de stralende klaarte
wordt ze een zuiver licht.

Uit de geschriften van Jan van het Kruis

De kwade begeerten
brengen in de ziel
geen enkel goed teweeg.
Zij ontnemen haar
wat ze bezit.
Legt men ze niet stil,
dan zullen zij niet ophouden
in haar te doen wat,
naar men zegt,
de jongen van de adder doen
met hun moeder:
als deze namelijk in haar schoot groeien,
eten ze hun moeder op
en doden haar,
terwijl zij zelf in leven blijven
ten koste van hun moeder.
Als de begeerten niet worden stilgelegd,
zullen zij de op God gerichte ziel doden,
omdat deze hen
niet eerst gedood heeft.

Uit ‘Praktische mystiek’ van Evelyn Underhill

Het ego
dat het bewustzijn beheerste
heeft zich als een mossel vastgehecht
aan de rots van het vanzelfsprekende.
Het ruilt maar wat graag vrijheid in
voor een schijnzekerheid
en bouwt een defensieve schelp
van ‘vaststaande opvattingen’.
Het is nutteloos
om deze mossel vriendelijk toe te spreken.
Je moet haar loswrikken.
Aan dat zich vastklemmende bestaan,
door zijn harde schelp beschermd
tegen de levende wateren van de zee,
dient een einde te komen.

Uit de geschriften van Dietrich Bonhoeffer

Wij waren de zwijgende getuigen
van slechte daden.
Wij leerden de kunst te veinzen
en te spreken met dubbele tong.
Ervaring maakte ons wantrouwig
tegenover de mensen,
we konden hun vaak niet vrijuit
de waarheid zeggen.
Zware conflicten maakten ons murw,
misschien zelfs cynisch –
zijn wij nog bruikbaar?
Geen geniale, geraffineerde,
maar eenvoudige en eerlijke mensen
hebben we nodig.
Zal onze innerlijke weerstand
tegen alles wat ons werd opgedrongen
nog sterk genoeg zijn,
zal de oprechtheid tegenover onszelf
nog radicaal genoeg zijn
om weer de weg te vinden
naar eenvoud en eerlijkheid?

Gebed

Omgeven door onrecht
roepen wij vanuit de diepte
om waarheid en recht.
Breng aan het licht, o God,
wat mensen elkaar aandoen.
Voer ons het leven binnen.

Zang

Enkel biddend raken wij het kwaad
tot in de kern: dat het geruisloos
aan zichzelf te gronde gaat.
Verstrik het strovuur van hun macht.
Laat hun pijl de terugweg vinden.
Dat hun hand zijn greep verliest.
Breek de tanden van het kwaad.
Dat het hopeloos verschrompelt.
Laat het als een misgeboorte gaan.
Enkel schouwend worden wij de afbraak
van het kwaad gewaar: de waarheid
leeft, haar vrucht groeit in het heden.

Van deze psalm is nog geen inleiding beschikbaar.

Colofon

Deze uitgave kwam tot stand met medewerking van
Titus Brandsma Memorial, Nijmegen

© Teksten: Kees Waaijman
© Psalmzetting: Ad de Keyzer
© Psalmgebed: Laetitia Aarnink
© Zangzetting: Jan Egberink

Niets van deze Psalmviering mag worden verveelvoudigd
en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch,
door geluidsopname of op enige andere wijze,
zonder voorafgaande toestemming van
Titus Brandsma Memorial, Nijmegen