psalmviering van de week

Elke week verschijnt op deze pagina een ‘psalmviering van de week’,
waarbij thuis mee gebeden kan worden.

Psalmviering 89

Zang

K1     Jouw gunnende liefde
0        gaat verder
0        dan wij denken,
K2     verder
0        dan wij reiken kunnen.
K1     Jij peilt de hoogte
0        in de diepte,
K2     de afgang van geslachten,
0        uitzichtloos verloren.
K1     Jouw gunnende liefde
0        laat niet varen
0        het werk van je handen,
K2     jouw gezalfde,
0        Jij daalt af
K1     in het onderste duister
0        om jouw toekomst
K2     op te trekken
0        uit de diepte van de dood.
Al      Dit gaat ons te boven.

Beurtlezing – Jesaja 63,7-14

De gunsten van Wezer wil ik gedenken,
de vieringen van Wezer,
alles waarmee Wezer ons bejegende,
zijn grote goedheid
voor het huis van Israël
waarmee Hij hen bejegende,
zijn tederheden en zijn vele gunst.

Hij zei:
‘Zij zijn toch mijn volk,
zonen zonder bedrog.
Wezen zou Hij hun bevrijder.’

In al hun benauwing was Hij zelf benauwd,
de bode van zijn gelaat heeft hen bevrijd.
In zijn verknochtheid en zijn mededogen
heeft Hij hen zelf verlost.
Hij tilde hen op en verhief hen
alle dagen in eeuwigheid.

Maar zij waren weerspannig
en bedroefden zijn heilige tocht.
Daarom werd Hij hun vijand,
Hij zelf vocht tegen hen.
Ze gedachten de eeuwige dagen,
Mozes en zijn volk.

Waar is Hij
die stijgen liet uit de zee
wie zijn kudde weidt?
Waar is Hij
die zijn heilige tocht in hun binnenste legde?

Die zijn luisterrijke arm deed gaan
aan de rechterhand van Mozes.
Die de wateren voor hun gelaat doorkliefde
om zich een eeuwige naam te maken.
Die hen gaan liet door de wielingen
als paarden in de steppe,
zij struikelden niet.

Zoals dieren die in de vallei afdalen
bracht de tocht van Wezer rust.
Zo heb Jij je volk geleid
om Jou een luisterrijke naam te maken.

Stilte

Jouw liefde,
Wezer,
zingt eeuwig in mij.

Psalm

Stilte

Jouw gezalfde trekt,
Wezer,
een spoor van verachting.

Wenk

Uit de geschriften van Evagrius van Pontus

Wij zijn gekoppeld
aan de zichtbare schepping.
Daarom moeten wij trachten
door deze zichtbare dingen op te stijgen
om de onzichtbare waar te nemen.
Dit kunnen we onmogelijk
zolang we er niet in slagen
om de macht van de waarneembare dingen te kennen.
Wie ingewijd is in de zichtbare schepping
weet dat alles een openbaring van de onstoffelijke is.
Wie dit eenmaal opgemerkt heeft
kent de macht en de wijsheid
van Gods onveranderlijkheid.
Onafgebroken verkondigt hij
de wil van deze onbegrijpelijke liefde
die zich met macht en wijsheid
in hen werkt.

Uit ‘Belijdenissen’ van Augustinus

Wie is Heer
behalve de Heer?
Of wie is God
behalve onze God?
Gij hoogste,
voortreffelijkste,
machtigste,
allermachtigste,
barmhartigste en rechtvaardigste,
verborgenste en aanwezigste,
schoonste en sterkste,
vast en ongrijpbaar,
onveranderlijk en alles veranderend,
nooit nieuw,
nooit oud,
alles vernieuwend
en de hovaardigen oud makend
zonder dat zij het weten,
steeds handelend,
steeds rustend,
vergarend
en niet ontberend,
dragend
en vervullend
en beschermend,
scheppend
en voedend
en voltooiend.
Gij zijt inhalig,
terwijl U niets ontbreekt,
Gij hebt lief
en lijdt geen heftige gloed,
Gij zijt naijverig
en blijft onbekommerd.

Uit de geschriften van Mechtild van Maagdenburg

Niemand is zo snel in zijn loop,
niemand is zo sterk van werkkracht,
niemand is zo listig met zijn pijl,
niemand is zo gevaarlijk in zijn toorn,
dat hij mijn hemel
waarin Ik woon
kan vernielen,
afbreken
of beschadigen.

Uit ‘Zangen’ van Jacopone van Todi

Licht lijkt mij duister.
Kracht bleek grote zwakheid.
Ik kan er mij geen voorstelling meer van maken.
Het volmaakte Goed
kun je met niets vergelijken.
Toen je voor het eerst was aangekomen,
dacht je dat duisternis is
wat je voor dag hield,
dat een donkere lucht
licht is.
Als je niet op dit punt gekomen bent
dat je geest niet langer op zich staat,
is alles bedrog
wat jou waarheid leek.
En in jou
is nog geen zuivere liefde,
terwijl je bezorgd bent voor jezelf
en erop bedacht te winnen.

Uit ‘Navolging van Christus’ van Thomas van Kempen

Het valt niet zwaar
menselijke troost gering te achten
als de goddelijke troost aanwezig is.
Het is groot,
zelfs zeer groot
zowel menselijke als goddelijke troost
te kunnen missen
en omwille van Gods eer
graag de ballingschap van het hart uit te houden:
in niets zichzelf te zoeken
en niet groot te gaan op eigen verdiensten.
Is het iets bijzonders
blij te zijn en vroom,
als de genade tot u komt?
Dat ogenblik wil iedereen wel graag.
Wie door Gods genaden
gedragen wordt
zit geweldig te paard.

Uit de geschriften van Maur de l’Enfant Jésus

Haar goddelijke Bruidegom
doet de ziel dikwijls
de verschrikkingen van zijn afwezigheid voelen,
zijn genade onder een wolk bedekkend,
zodat zij Hem niet meer kan waarnemen,
noch genieten van de zoetheid
die zij ondervond in de wederkerige mededelingen
tussen God en haar.
Maar daarom
laat zij haar bewegingen niet afwijken
van hun oorspronkelijke koers.
Zij leidt ze in deze duisternis zelf binnen
die haar beroofd heeft van haar schat,
terwijl ze er groot plezier aan beleeft
zich te verliezen in de afgrond
die heel haar bezit verslonden heeft.

Uit de geschriften van Søren Kierkegaard

Men kan wel beweren,
dat bidden louter verlies van tijd is,
omdat het gebed van een mens
de Onveranderlijke toch niet verandert.
Maar zou dat dan wel wenselijk zijn,
zou de veranderlijke mens
er geen spijt van kunnen krijgen,
dat hij God veranderd zou hebben?
De ware verheldering
is tegelijk het enig wenselijke:
het gebed verandert niet God,
het verandert degene die bidt.

Gebed

Jij met jouw naam.
erbarmend, genadig, lankmoedig,
waar ben Jij
nu wij vergaan,
op de vlucht gejaagd
en reddeloos verloren lopen?
Zwijgende God,
roep ons uit jouw verte,
laat horen jouw stem
en wij zijn bevrijd.

Zang

Al     Hoelang blijf Jij voor ons verborgen?
K1    Jij slaat een bres in onze muur.
K2    Jij keert je af van jouw gezalfde.
Al     Hoelang zal het vuur van je woede branden?
K1    Jij hebt jouw verbond gebroken.
K2    Jij legt onze stad in puin.
Al     Gedenk hoe kwetsbaar mensen zijn.
K1    Jij liet ons in onze messen lopen.
K2    Jij liet ons roemloos ten onder gaan.
Al     Hoe nietig heb Jij ons geschapen.
K1    Jij stoot onze troon omver.
K1    Jij hult ons in schaamte.
Al     Bevrijd ons uit deze woestenij.

Van deze psalm is nog geen inleiding beschikbaar.

Colofon

Deze uitgave kwam tot stand met medewerking van
Titus Brandsma Memorial, Nijmegen

© Teksten: Kees Waaijman
© Psalmzetting: Ad de Keyzer
© Psalmgebed: Laetitia Aarnink
© Zangzetting: Kris Oelbrandt

Niets van deze Psalmviering mag worden verveelvoudigd
en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch,
door geluidsopname of op enige andere wijze,
zonder voorafgaande toestemming van
Titus Brandsma Memorial, Nijmegen