Het Oranjehotel in Scheveningen was in de Tweede Wereldoorlog een Duitse gevangenis waar Nederlanders die zich, op wat voor manier ook, tegen de Duitse bezetter verzetten werden opgesloten voor verhoor en berechting. Voor de meeste gevangenen was het verblijf niet langdurig, en werd gevolg door hetzij vrijlating, hetzij verdere gevangenschap, vaak in Duitsland, hetzij executie op de Waalsdorpervlakte. Naar schatting hebben 25.000 mensen, afkomstig uit het gehele land, hier gevangen gezeten.

Titus Brandsma zat hier gevangen voor verhoor van 20 januari tot 12 maart 1942. Van hier werd hij overgebracht naar Kamp Amersfoort. Hierna werd hij opnieuw naar Scheveningen gebracht voor verder verhoor, van 28 april tot 16 mei 1942. Van Scheveningen werd hij direct verder gebracht naar de gevangenis van Kleve, Duitsland.

Titus ervoer zijn eerste verblijf in de gevangenis als een rustpunt. Hij schrijft in een brief:
"Zo kwaad heb ik het overigens niet. En al weet ik niet wat het worden zal, ik weet mij geheel in Gods hand. Wie zal mij scheiden van de liefde Gods.
Neem de dagen zoals zij komen, de schone met een dankbaar hart,
de kwade ter wille van die volgen, want het ongeluk is maar een voorbijganger.
"

En later over de cel:
"Beata solitudo. Ik ben er al helemaal thuis, in dit kleine celletje. Ik heb mij er nog niet verveeld, integendeel. Ik ben er alleen, o, ja, maar nooit was Onze Lieve Heer mij zo nabij."

Titus Brandsma Memorial
Stijnbuysstraat 11
6512 CJ   Nijmegen

T: 024 - 3602421
E: titusbrandsma@planet.nl
IBAN: NL56 INGB 0000 819729