PSALMVIERING VAN DE WEEK

Elke week verschijnt op deze pagina een ‘psalmviering van de week’,
waarbij thuis mee gebeden kan worden.

Psalmviering 133

Zang

K1     Dat wij naar elkaar
00      geschapen zijn
00      als broer en zus,
K2     mensen zijn,
00      saamhorig en
00      elkaar zien staan:

Al      hoe goed,
00      als op die eerste scheppingsdag,
00      hoe mild
00      de bloesem van de liefde.
00      Jij bent de Enige.

K1     Olie die de huid doet glanzen.
K2     Reukwerk dat zijn geur verspreidt.
K1     Baard die vrij omlaag mag golven.
K2     Dauw die van de bergen glijdt.

Al      Hoe goed,
00      als op die eerste scheppingsdag,
00      hoe mild
00      de bloesem van de liefde.
00      Jij bent de Enige.

Beurtlezing – Jesaja 69,17-25

Ja, hier,
Ik schep een nieuwe hemel
en een nieuw land.
Aan wat vroeger was wordt niet gedacht,
het komt niet op in het hart.

Maar jullie, wees blij en juich
om wat Ik schep, altijd en immer.
Ja, hier, Ik schep Jeruzalem als verheugenis,
zijn volk als blijdschap.

Ik juich om Jeruzalem,
ben blij om mijn volk.
Niet meer wordt in haar gehoord
een wenende stem,
een kreunende stem.

Daar zal niet meer wezen
een zuigeling van dagen,
een grijsaard die zijn dagen niet vervult.
Nee, een jeugdige gaat dood als honderdjarige,
zelfs een misdadiger treft zijn vloek als honderdjarige.

Zij bouwen huizen en zijn er gezeten,
zij planten wijngaarden en eten er de vruchten van.
Zij zullen niet bouwen,
opdat een ander gezeten is,
zij zullen niet planten,
opdat een ander eet.

Nee, de dagen van mijn volk
zijn als de dagen van een boom:
mijn verkorenen zullen genieten
van de maak van hun handen.

Zij zullen niet zwoegen in leegte,
zij zullen niet baren tot verschrikking.
Ja, zij zijn het zaad door Wezer gezegend
en hun nakomelingen met hen.

Wezen zal het:
Vóór zij roepen, buig Ik mij,
terwijl zij spreken, hoor Ik.

De wolf en het lam weiden bijeen,
de leeuw eet stro als het rund,
stof is de spijs van een slang.

Niet doen zij kwaad,
niet brengen zij bederf
op heel mijn heilige berg,
zegt Wezer.

Stilte

Hoe goed,
Wezer,
hoe mild Jij.

Psalm

Stilte

Een zegen Jij,
Wezer,
eeuwig leven.

Wenk

Uit ‘Spreuken van de woestijnvaders’

Een oude monnik zei:
‘Wanneer broeders samen zijn,
ontspan uw hart dan niet,
maar bid liever in stilte,
want er is dan alle reden
om te vrezen voor kwaadspreken.’

Uit ‘Gerontikon’

Twee broeders wilden samen wonen.
De een dacht:
‘Als mijn medebroeder iets verlangt,
doe ik dat.’
Op gelijke wijze dacht de ander.
Jaren leefden zij samen in liefde.
Maar de vijand ging erheen
om hen uit elkaar te drijven.
Hij ging in hun voortuintje staan.
Aan de een deed hij zich voor als een duif,
aan de ander als een kraai.
De eerste zei:
‘Zie je die duif daar?’
De tweede zei:
‘Dat is een kraai!’
Omdat zij twee verschillende dingen beweerden,
raakten zij slaags tot bloedens toe.
Daarna gingen zij uit elkaar.
Na drie dagen
doorzagen zij de truc van de duivel
en vroegen elkaar vergiffenis.

Uit de geschriften van Aelred van Rievaulx

Dieren zoeken elkaar op,
spelen met elkaar
en genieten zo intens van hun samenzijn
dat je wel de indruk moet krijgen
dat ze om niets anders bekommerd zijn.
Zo heeft God in zijn wijsheid
niet slechts één engel geschapen
maar meerdere;
ze vormen een blijde gemeenschap,
en een zeer innige liefde is de bron
van hun eensgezind streven en verlangen;
de ene moge dan wel boven de andere geplaatst zijn,
er is geen sprankeltje afgunst:
er is slechts de liefdesband van de vriendschap.

Uit de gedichten van Hadewijch

Minne wordt als olie uitgegoten,
zoet en zacht en zeer aangenaam.
Maar bovenal geeft zij de innerlijke zintuigen voldoening.
Er zijn weinig mensen
die daarmee tot verzadigens toe worden gevoed
en die echt bekend zijn, minne,
met de machtige voordelen van jouw naam.
Omdat, minne,
jouw naam uitgegoten is
en helemaal met een vloed van wonderen overloopt,
zijn zij die ermee opgroeien
van jou vervuld
en beminnen zij met uitzinnige razernij.
Zo volbrengen zij menige machtige daad
en roepen geheel vrij:
‘In vertrouwen ligt mijn enige redding.’
Ach, hoezeer gaat teniet
wie jou ten volle omvat.

Uit ‘Innerlijke burcht’ van Teresa van Avila

Of we God liefhebben,
kunnen we niet weten,
al zijn er veel sterke aanwijzingen
die ons laten inzien
dat we Hem beminnen.
Of we de naaste beminnen?
Dat kunnen we zien.
Wees ervan overtuigd,
hoe meer je vordert in de liefde,
hoe meer je ook zult vorderen
in de liefde tot God.
Want de liefde die Zijne Majesteit ons toedraagt
is zo groot,
dat Hij in ruil voor onze naastenliefde,
die liefde die we hebben voor Hem,
op duizenderlei wijzen zal doen toenemen.

Uit de geschriften van Titus Brandsma

Het Godsbesef
verbindt de mens met God,
maar in en door en met God
ziet de mens zich verenigd en in betrekking
met alle andere mensen.
Hier is een gemeenschap
gefundeerd op de innigste vereniging van God
met al wat bestaat.
In en door God
zijn allen met elkaar verenigd
en tot elkaar geordend.
Dat bewustzijn
van onderlinge afhankelijkheid
en ordening tot elkaar
en daarnaast van de meest innige gemeenschap
is wel het schoonste dat,
ter redding uit de huidige nood,
kan worden gedacht.

Uit de geschriften van Dietrich Bonhoeffer

Sterk of zwak,
schrander of dom,
begaafd of onbegaafd,
vroom of minder vroom,
deze verschillen
zijn in de gemeenschap geen reden
om te kletsen,
te veroordelen,
te doemen,
geen reden dus tot zelfrechtvaardiging;
deze verschillen
worden een bron van vreugde
en een aansporing elkaar te dienen.
Elk lid van de gemeenschap
krijgt zijn eigen plaats,
de plaats,
waar hij zijn dienst het beste kan volbrengen,
en niet de plaats
waar hij zich met het meeste succes kan handhaven.
Uitschakeling van de zwakken
betekent de dood voor de gemeenschap.

Gebed

Wat onmogelijk lijkt
breng Jij samen,
o God.
Hier, hoe goed
en hoe weldadig
jouw uitnodigende kracht
in ons midden.

Zang

Al     Zegen ons,
00     tot wij leven
00     in jouw eeuwigheid.

Vz     Overkom ons met jouw dauw,
00     doordrenk ons met jouw liefde.
Al     Zegen ons.

Vz     Dat wij in saamhorigheid
00     de ander gaan waarderen.
Al     Zegen ons,
00     tot wij leven.

Vz     Dat wij onze aarde trouw
00     behoeden, haar eerbiedigen.
Al     Zegen ons,
00     tot wij leven
00     in jouw eeuwigheid.

Vz     Dat wij goede olie zijn,
00     elkaar jouw liefde schenken.
Al     Zegen ons,
00     tot wij leven.

Vz     Dat jouw liefde indaalt in
00     ons hart, ontkiemt en vrucht draagt.
Al     Zegen ons.

Al     Zegen ons,
00     tot wij leven
00     in jouw eeuwigheid.

Op deze pagina kunt u kijken en luisteren naar een inleiding door Kees Waaijman, die kan helpen om de ruimte van deze psalm in te gaan.

© Teksten: Kees Waaijman
© Psalmgebed: Laetitia Aarnink
© Liedcomposities: Rokus de Groot
© Psalmzetting: Ad de Keyzer

Niets van deze Psalmviering mag worden verveelvoudigd
en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch,
door geluidsopname of op enige andere wijze,
zonder voorafgaande toestemming van
Stichting Kerkmuziek en Spiritualiteit, Nijmegen.